ECLI:NL:RBDHA:2022:13609
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen bestuurlijke dwangsommen na inwilliging asielaanvraag
Eiser stelde beroep in tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 19 september 2021. Nadat de asielaanvraag op 30 mei 2022 werd ingewilligd, handhaafde eiser het beroep enkel voor de vraag over de hoogte van bestuurlijke dwangsommen die verweerder zou hebben verbeurd.
De rechtbank overwoog dat de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND uitsluit dat bestuurlijke dwangsommen worden toegepast op asielaanvragen, waardoor verweerder geen dwangsommen verschuldigd kan zijn. Eiser voerde aan dat deze wet strijdig is met het Unierecht, met verwijzing naar eerdere jurisprudentie.
De rechtbank verwees naar een eerdere uitspraak waarin het gelijkwaardigheidsbeginsel werd toegepast, maar stelde dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State recentelijk oordeelde dat de Tijdelijke wet niet in strijd is met het Unierecht, mede omdat rechterlijke dwangsommen mogelijk zijn.
Daarom ontbrak het procesbelang voor eiser en werd het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser vanwege het eerdere niet-tijdig beslissen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van geen bestuurlijke dwangsommen is niet-ontvankelijk verklaard en verweerder is veroordeeld in de proceskosten.