ECLI:NL:RBDHA:2022:13857
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen terugvordering Ziektewet-uitkering wegens ontbreken uitzendbeding
Eiseres was werkzaam als consultant via Solyne B.V. en meldde zich ziek vanaf 8 maart 2021. Verweerder kende haar een Ziektewet-uitkering toe vanaf 3 mei 2021 en vorderde een voorschot terug over de periode 10 maart tot 18 april 2021. Eiseres voerde aan dat sprake was van een uitzendovereenkomst met uitzendbeding, waardoor de arbeidsovereenkomst van rechtswege zou zijn geëindigd op 8 maart 2021 en zij recht had op uitkering vanaf die datum.
De rechtbank oordeelde echter dat het schriftelijkheidsvereiste van artikel 7:691 lid 2 BW Pro niet was vervuld, omdat de arbeidsovereenkomst niet duidelijk het uitzendbeding bevatte. De enkele verwijzing naar het wetsartikel volstaat niet. Hierdoor eindigde de arbeidsovereenkomst niet per 8 maart 2021, maar op 1 mei 2021. Verweerder handhaafde daarom de toekenning van de ZW-uitkering vanaf 3 mei 2021 en de terugvordering van het voorschot over de eerdere periode.
Eiseres stelde subsidiar een beroep op beleidsregels voor herziening van de uitkering, maar de rechtbank oordeelde dat deze regels niet van toepassing zijn op terugvordering van onverschuldigde betalingen. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De beroepen tegen de terugvordering van de Ziektewet-uitkering zijn ongegrond verklaard.