Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 15 oktober 2021 in de zaak tussen
[eiseres] B.V gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
“3. Looptijd
- de arbeidsovereenkomst eindigt vrijwel direct zodra de inlener geen gebruik (meer) wil maken van de diensten van de uitzendkracht dan wel het uitzendbureau. Er is sprake van een uitzendbeding op de voet van artikel 7:691, tweede lid BW;
- de uitzendkracht heeft geen vast (minimum) aantal te werken uren. Dat betekent dat het aantal arbeidsuren niet eenduidig is vastgelegd en in wezen sprake is van zogenoemde nul-urencontracten;
- de arbeidsovereenkomst eindigt na een week, hetgeen bij uitstek voordelig uitpakt voor eiseres bij ziekte van de uitzendkracht. Er hoeft geen loondoorbetaling bij ziekte plaats te vinden. Bij eiseres is dat in minder dan 1 percent het geval, en
- in onderlinge samenhang bezien, mede gelet op doel en strekking van de Wfsv is sprake van een uitzendovereenkomst met uitzendbeding.
“Partijen komen een beding als bedoeld in artikel 7:690 BW Pro overeen”niet voldoet aan het schriftelijkheidsvereiste van artikel 7:691 BW Pro. Aan het schriftelijkheidsvereiste ligt de gedachte ten grondslag dat in het vereiste van een geschrift
een bijzondere waarborgis gelegen, namelijk dat de werknemer de consequenties van dit voor hem bezwarende beding goed heeft overwogen. Nu de inhoud van het bezwarende (uitzend)beding niet in de tekst van de overeenkomst is opgenomen en bovendien in de overeenkomst naar een verkeerd wetsartikel verwezen wordt, is niet voldaan aan het wettelijk voorgeschreven schriftelijkheidsvereiste en betekent dit dat tussen partijen
geenuitzendbeding is overeengekomen.”
€ 1.000. Aangezien de bezwaarfase, gelet op de datum van uitspraak op bezwaar op het oudste bezwaarschrift, zijnde 29 november 2019, (afgerond) twaalf maanden heeft geduurd, en als regel heeft te gelden dat de bezwaarfase onredelijk lang heeft geduurd voor zover de duur daarvan een half jaar overschrijdt, dient van het tijdsverloop in eerste aanleg dient een periode van 12 maanden te worden toegerekend aan de bezwaarfase en een periode van 22 maanden aan de beroepsfase. De rechtbank merkt de beroepen over de jaren 2013 en 2014 als samenhangende zaken aan.