ECLI:NL:RBDHA:2022:13958
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen bestuurlijke dwangsommen bij asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 19 augustus 2021. Nadat de asielaanvraag op 26 april 2022 werd ingewilligd, handhaafde eiser het beroep enkel voor de vraag over de hoogte van de bestuurlijke dwangsommen die verweerder zou hebben verbeurd.
De rechtbank overweegt dat de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND uitsluit dat de artikelen 4:17 tot en met 4:19 en 8:55c van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) worden toegepast op asielaanvragen. Hierdoor kan verweerder geen bestuurlijke dwangsommen verbeuren. Eiser betoogt dat deze uitsluiting strijdig is met het Unierecht, met verwijzing naar een eerdere uitspraak van deze rechtbank.
De rechtbank volgt echter de recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die oordeelde dat de Tijdelijke wet niet in strijd is met het gelijkwaardigheidsbeginsel en het doeltreffendheidsbeginsel van het Unierecht. Omdat de bestuurlijke dwangsomregeling niet van toepassing is, ontbreekt het procesbelang van eiser. Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €379,50, vanwege het eerder ingestelde beroep tegen het niet-tijdig beslissen. De uitspraak is gedaan door rechter J.F.I. Sinack en griffier E.C. Jacobs en openbaar gemaakt op www.rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet verbeuren van bestuurlijke dwangsommen bij de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard en verweerder is veroordeeld in de proceskosten.