ECLI:NL:RBDHA:2022:13969
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning studie met terugwerkende kracht wegens niet-erkende onderwijsinstelling
Eiseres, een Albanese studente met een verblijfsvergunning onder de beperking 'studie', werd per 31 maart 2021 afgemeld door haar erkend referent, De Haagse Hogeschool, omdat zij haar studie had afgerond. Zij vervolgde haar studie aan de Universiteit Utrecht, maar diende de verlengingsaanvraag buiten de termijn van drie maanden na afmelding in. Verweerder trok daarom met terugwerkende kracht de verblijfsvergunning in.
Eiseres voerde aan dat zij onvoldoende was geïnformeerd over haar verblijfsrechtelijke positie, dat verweerder geen individuele belangenafweging had gemaakt en dat de intrekking onevenredig was. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende had gewezen op de mogelijkheid tot tijdige aanvraag en dat het op eiseres was om haar verblijfsrecht te regelen. De belangenafweging was deugdelijk gemotiveerd en er waren geen bijzondere omstandigheden die afwijking rechtvaardigden.
De rechtbank verwierp ook het beroep op het zorgvuldigheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel, mede omdat eiseres inmiddels een nieuwe verblijfsvergunning had verkregen en het verblijf onder de beperking 'studie' tijdelijk is. Het bezwaar was terecht ongegrond verklaard en verweerder hoefde eiseres niet te horen. Het beroep werd ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning studie met terugwerkende kracht wordt ongegrond verklaard.