Eiser diende op 14 maart 2022 een asielaanvraag in bij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De wettelijke beslistermijn van zes maanden verstreek zonder dat een besluit werd genomen. Eiser stelde de staatssecretaris op 15 september 2022 rechtsgeldig in gebreke en stelde beroep in wegens het niet tijdig beslissen.
De rechtbank constateert dat verweerder geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid tot verlenging van de beslistermijn en dat het beroep gegrond is. De rechtbank vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit en draagt verweerder op binnen acht weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen.
Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd voor elke dag dat de staatssecretaris in gebreke blijft, met een maximum van €7.500. Verweerder wordt tevens veroordeeld in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €379,50.
De rechtbank baseert zich op de toepasselijke bepalingen uit de Algemene wet bestuursrecht en de Vreemdelingenwet 2000, alsmede op jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.