ECLI:NL:RBDHA:2023:5745
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond tegen niet tijdig besluit op asielaanvraag wegens onjuiste termijntoepassing
De rechtbank Den Haag behandelde het verzet van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tegen een eerdere uitspraak van 22 december 2022, waarin het niet tijdig nemen van een besluit op een asielaanvraag werd gegrond verklaard. De rechtbank had toen een termijn van acht weken gesteld voor het alsnog nemen van een besluit.
In het verzet stelde de staatssecretaris terecht dat de rechtbank onjuiste feiten had aangenomen omtrent de ontvangst van de ingebrekestelling, waardoor het beroep niet ontvankelijk kon worden verklaard. Tevens werd het 8+8 wekenmodel voor beslistermijnen verkeerd toegepast, aangezien een aanmeldgehoor niet betekent dat de vreemdeling niet meer gehoord hoeft te worden over zijn asielmotief.
De rechtbank concludeerde dat de eerdere uitspraak niet tot een kennelijk oordeel kon komen en verklaarde het verzet gegrond. Hierdoor vervalt de uitspraak van 22 december 2022 en wordt het onderzoek hervat in de stand van voor die uitspraak. Er is geen rechtsmiddel tegen deze uitspraak mogelijk.
Uitkomst: Het verzet van de staatssecretaris is gegrond verklaard en de eerdere uitspraak vervalt.