ECLI:NL:RBDHA:2022:14326
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening uitstel van vertrek wegens onvoldoende medische noodzaak
Verzoeker, van Iraakse nationaliteit, heeft een aanvraag gedaan voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege ernstige medische klachten waaronder PTSS en een depressieve stoornis. Verweerder heeft op advies van het Bureau Medische Advisering geoordeeld dat verzoeker kan reizen onder medische begeleiding en dat noodzakelijke medische zorg beschikbaar is in de Koerdische Autonome Regio.
Verzoeker betwist dit en stelt dat de medische zorg feitelijk niet toegankelijk is vanwege sociale uitsluiting, gebrek aan netwerk en financiële middelen. De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker onvoldoende bewijs heeft geleverd voor de ontoegankelijkheid van de noodzakelijke zorg, mede gelet op jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
Hoewel er sprake is van spoedeisend belang, is het procesbelang aanwezig vanwege onzekerheid over de duur van het rechtmatig verblijf. De voorzieningenrechter concludeert dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft en dat geen voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot uitstel van vertrek wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van ontoegankelijkheid van noodzakelijke medische zorg.