ECLI:NL:RVS:2021:1425
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- E. Steendijk
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling krijgt uitstel van vertrek wegens ontoegankelijke medische behandeling in Nigeria
De vreemdeling, van Nigeriaanse nationaliteit, had een aanvraag ingediend om zijn uitzetting achterwege te laten op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, vanwege ernstige medische klachten waaronder een posttraumatische stressstoornis, suikerziekte en sikkelcelziekte. De staatssecretaris wees dit verzoek af, waarna de rechtbank dit besluit bevestigde.
De Raad van State beoordeelde het hoger beroep en stelde vast dat de vreemdeling aannemelijk had gemaakt dat de noodzakelijke medische behandeling in Nigeria niet feitelijk toegankelijk is. Hoewel de medische zorg in Nigeria beschikbaar is, is deze niet volledig toegankelijk vanwege het ontbreken van gespecialiseerde centra en zorgcoördinatie, en de beperkte zelfredzaamheid van de vreemdeling.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom de vreemdeling in Nigeria zelf zijn behandeling zou kunnen organiseren. De twijfel over een mogelijke schending van artikel 3 EVRM Pro moest daarom worden weggenomen door de staatssecretaris, wat niet was gebeurd. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de eerdere uitspraak en het besluit vernietigd, en de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van uitstel van vertrek wordt vernietigd vanwege ontoegankelijke noodzakelijke medische zorg in Nigeria.