ECLI:NL:RBDHA:2022:14455
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Intrekking besluit machtiging voorlopig verblijf zonder proceskostenvergoeding
Verzoekster had een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) afgewezen zien worden door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Na het ongegrond verklaren van het bezwaar tegen deze afwijzing, stelde verzoekster beroep in en verzocht zij om een voorlopige voorziening.
De Staatssecretaris trok het bestreden besluit in nadat verzoekster tijdens de beroepsfase aanvullende documenten had ingediend, waaronder een originele geboorteakte en bewijs van inspanningen om aan het middelenvereiste te voldoen. Verzoekster trok daarop haar verzoek om voorlopige voorziening in en vroeg om vergoeding van proceskosten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de intrekking niet als tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a Awb kon worden gezien, omdat de intrekking was gebaseerd op nieuwe, buiten de onderzoekslast vallende informatie. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om proceskostenvergoeding af.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en is niet vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat de intrekking van het besluit niet als tegemoetkomen wordt gezien.