ECLI:NL:RBDHA:2022:14455

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 augustus 2022
Publicatiedatum
5 januari 2023
Zaaknummer
NL22.2698
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:84 Awb
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking besluit machtiging voorlopig verblijf zonder proceskostenvergoeding

Verzoekster had een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) afgewezen zien worden door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Na het ongegrond verklaren van het bezwaar tegen deze afwijzing, stelde verzoekster beroep in en verzocht zij om een voorlopige voorziening.

De Staatssecretaris trok het bestreden besluit in nadat verzoekster tijdens de beroepsfase aanvullende documenten had ingediend, waaronder een originele geboorteakte en bewijs van inspanningen om aan het middelenvereiste te voldoen. Verzoekster trok daarop haar verzoek om voorlopige voorziening in en vroeg om vergoeding van proceskosten.

De voorzieningenrechter oordeelde dat de intrekking niet als tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a Awb kon worden gezien, omdat de intrekking was gebaseerd op nieuwe, buiten de onderzoekslast vallende informatie. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om proceskostenvergoeding af.

De uitspraak is gedaan zonder zitting en is niet vatbaar voor hoger beroep.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat de intrekking van het besluit niet als tegemoetkomen wordt gezien.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.2698
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster] , verzoekster V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. M.L. Hoogendoorn),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

In het besluit van 5 april 2022 (primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor het doel ‘verblijf als familie- of gezinslid bij [A] ’ afgewezen.
In het besluit van 2 februari 2022 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Op 26 april 2022 heeft verweerder het bestreden besluit ingetrokken.
Naar aanleiding hiervan heeft verzoekster het verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken met daarbij het verzoek om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De voorzieningenrechter heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. Verweerder heeft op 2 mei 2022 van deze mogelijkheid gebruik gemaakt.
Op 9 mei 2022 heeft verzoekster een schriftelijke reactie ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het onderzoek heden, voor het doen van de uitspraak, gesloten.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
3. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Deze wetsartikelen zijn op grond van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb ook van toepassing op de voorlopige voorzieningenprocedure. Als een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
4. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) volgt dat van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a van de Awb alleen sprake is als het bestuursorgaan zijn standpunt zodanig heeft herzien dat daarmee eigenlijk wordt erkend dat het oorspronkelijke besluit onrechtmatig was. Bij intrekking van een besluit vanwege nieuwe feiten en omstandigheden of vanwege nadien verkregen, buiten de onderzoekslast van het bestuursorgaan vallende, informatie is geen sprake van tegemoetkomen die grond vormt voor een kostenveroordeling.1
5. De voorzieningenrechter is van oordeel dat er geen aanleiding bestaat voor een proceskostenvergoeding omdat de intrekking van het bestreden besluit niet kan worden gezien als tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a van de Awb. Er is namelijk sprake van na het bestreden besluit verkregen, buiten de onderzoekslast van het bestuursorgaan, vallende informatie. Verweerder heeft het bestreden besluit immers ingetrokken nadat verzoekster in de beroepsfase twee documenten heeft ingediend, namelijk: een originele geboorteakte en een document ter onderbouwing van haar inspanningen om aan het middelenvereiste te voldoen.
6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. Kersten, griffier.
1 Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de ABRvS van 18 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX1816.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
11 augustus 2022

Documentcode: [documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.