ECLI:NL:RBDHA:2022:14519
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig besluit asielaanvraag en weigering bestuurlijke dwangsom
Eiser stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van 16 september 2021. De wettelijke beslistermijn was op 16 maart 2022 verstreken, waarna eiser een ingebrekestelling stuurde op 1 april 2022. Na meer dan twee weken stelde eiser op 20 april 2022 beroep in. Vervolgens verleende verweerder op 28 juni 2022 alsnog een verblijfsvergunning asiel.
De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat het besluit alsnog is genomen. Wel werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten wegens overschrijding van de beslistermijn, vastgesteld op €379,50.
Daarnaast handhaafde eiser het beroep tegen het besluit zelf, omdat hij het niet eens was met de weigering van een bestuurlijke dwangsom. Verweerder beriep zich op de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND, die bepaalt dat geen dwangsom verschuldigd is bij overschrijding van de beslistermijn voor asielaanvragen. De rechtbank volgde dit standpunt en verklaarde het beroep tegen het besluit ongegrond.
De uitspraak is gedaan door rechter A.M.H. van der Poort-Schoenmakers en griffier M.J.J. Roks, en is openbaar bekendgemaakt op 15 december 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard, het beroep tegen het besluit ongegrond, en verweerder is veroordeeld tot betaling van proceskosten.