ECLI:NL:RBDHA:2022:14529
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid ophouding vreemdeling zonder verblijfsdocumenten
Eiser, een vreemdeling zonder identificerende documenten, werd op 7 augustus 2022 opgehouden op grond van artikel 50, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000, met als doel nader onderzoek naar zijn identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke positie.
Eiser stelde dat hij ten onrechte werd opgehouden omdat hij zich door drukte in het aanmeldcentrum Ter Apel niet kon legitimeren en geen verblijfsdocument ontving. Hij voerde aan dat de ophouding eerder beëindigd had moeten worden, omdat om 09:35 uur al via Eurodac zijn identiteit bekend was.
De rechtbank oordeelde dat de ophouding rechtmatig was, omdat het onderzoek naar identiteit en verblijfsrechtelijke positie ook na 09:35 uur voortgezet mocht worden. De duur van de ophouding tot 11:15 uur was niet onaanvaardbaar lang. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank wees ook proceskostenveroordeling af en benadrukte dat tegen deze uitspraak geen rechtsmiddel openstaat.
Uitkomst: Het beroep tegen de ophouding wordt ongegrond verklaard en de ophouding is rechtmatig bevonden.