ECLI:NL:RBDHA:2022:14586
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over asielaanvraag wegens onvoldoende motivering over detentie in Polen
Eiser, een Turkse asielzoeker, diende op 7 april 2022 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris stelde dat Polen verantwoordelijk was voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening en nam de aanvraag niet in behandeling. Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer kan worden toegepast vanwege fundamentele systeemfouten in Polen, waaronder de ondermijning van de rechterlijke onafhankelijkheid, pushbacks aan de grens met Belarus, ernstige discriminatie van lhbti’ers en slechte detentieomstandigheden.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende onderzoek had gedaan en niet deugdelijk had gemotiveerd dat Polen zijn internationale verplichtingen nakomt. De rechtbank erkende de ernstige problemen in Polen, met name de discriminatie van lhbti’ers en de onaanvaardbare detentieomstandigheden, en concludeerde dat het redelijk is dat eiser niet kan worden teruggestuurd zonder risico op schending van zijn rechten.
Daarom vernietigde de rechtbank het bestreden besluit en het aanvullend besluit en droeg de staatssecretaris op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat het beroep gegrond was verklaard. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering over de naleving van internationale verplichtingen door Polen.