ECLI:NL:RVS:2024:2425
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring incidenteel hoger beroep in asielzaak na intrekking hoger beroep staatssecretaris
Bij besluiten van 4 en 18 november 2022 had de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde deze besluiten, waarbij de staatssecretaris werd opgedragen een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde vervolgens hoger beroep in tegen deze uitspraak, terwijl de vreemdeling incidenteel hoger beroep instelde. Na verzoek om nadere schriftelijke inlichtingen trok de staatssecretaris zijn hoger beroep in, omdat de vreemdeling niet tijdig was overgedragen aan Polen conform de Dublinverordening en hij daardoor geen belang meer had bij het hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak besloot daarop alleen nog op het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling te beslissen. Omdat de staatssecretaris de asielaanvraag alsnog in behandeling had genomen, had de vreemdeling onvoldoende belang bij een inhoudelijke beoordeling van zijn incidenteel hoger beroep. Daarom werd het incidenteel hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard en werden geen proceskosten toegewezen aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard nadat de staatssecretaris zijn hoger beroep introk en de asielaanvraag alsnog in behandeling nam.