ECLI:NL:RBDHA:2022:15033
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning bij echtgenote wegens onjuiste toepassing artikel 4:6 Awb
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, is sinds 2011 in Nederland en heeft meerdere keren een aanvraag gedaan voor verblijf bij zijn Nederlandse echtgenote. De aanvraag van 29 april 2021 werd afgewezen omdat verweerder deze als een herhaalde aanvraag kwalificeerde zonder nieuwe feiten of omstandigheden te erkennen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte de medische situatie van eiser en het behaalde inburgeringsexamen niet als nieuwe feiten heeft aangemerkt. Dit leidt tot een schending van artikel 7:12 Awb Pro en een motiveringsgebrek. De rechtbank benadrukt dat nieuwe feiten ook kunnen bestaan als zij niet leiden tot een andersluidend besluit, mits niet op voorhand uitgesloten.
Verder moet verweerder bij hernieuwde beoordeling ook rekening houden met de zorgbehoefte van de echtgenote en de gevolgen van afwezigheid van eiser. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen.