ECLI:NL:RBDHA:2022:15047
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Nederland had een verzoek tot terugname van de asielaanvraag aan Denemarken gedaan, dat dit verzoek heeft aanvaard op basis van de Dublinverordening.
Eiseres stelde dat Nederland de aanvraag op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening zelf had moeten behandelen vanwege een risico op indirect refoulement en onvoldoende bescherming in Denemarken. Zij voerde aan dat zij Denemarken op eigen initiatief had verlaten vanwege bedreigingen door een criminele organisatie en dat haar medische situatie bijzondere bescherming vereist.
De rechtbank oordeelde dat de gegevens in het Eurodac-systeem aantonen dat eiseres een asielaanvraag in Denemarken heeft ingediend en dat zij niet is geslaagd in het leveren van bewijs van het tegendeel. De rechtbank achtte het risico op indirect refoulement onvoldoende aannemelijk gemaakt, mede omdat eiseres niet uit de regio Damascus komt en Denemarken deze regio als veilig beschouwt. Ook is niet gebleken dat de medische situatie van eiseres een reden vormt om het verzoek in behandeling te nemen. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.