ECLI:NL:RBDHA:2022:15123
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsaanvraag duurzaam verblijf Unieburger wegens onvoldoende zelfstandige bestaansmiddelen
Eiseres, Bulgaarse staatsburger, verblijft sinds 2011/2012 bij familie in Nederland en ontving sinds 2017 een bijstandsuitkering. Zij vroeg een verblijfsdocument duurzaam verblijf burger van de Unie aan. Verweerder stelde na onderzoek vast dat eiseres niet voldoet aan het middelenvereiste van artikel 8.12 Vreemdelingenbesluit 2000, omdat zij geen arbeid verrichtte, niet studeerde en onvoldoende zelfstandige middelen had.
Eiseres voerde in beroep aan dat zij door giften van familie en haar ziektekostenverzekering wel voldoende middelen had en dat de herkomst van deze middelen niet relevant is. Ook stelde zij dat verweerder de belangenafweging bij de verwijderingsmaatregel onjuist had gemaakt en de hoorplicht had geschonden.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft vastgesteld dat de middelen van eiseres onvoldoende zijn, ook als deze van derden afkomstig zijn. De belangenafweging is zorgvuldig gemaakt waarbij het belang van de Nederlandse samenleving zwaarder woog dan het individuele belang van eiseres. De hoorplicht is niet geschonden omdat het horen in bezwaar niet noodzakelijk was.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. De aanvraag voor het verblijfsdocument is terecht afgewezen en de verwijderingsmaatregel met vrijwillige vertrektermijn blijft van kracht.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de verwijderingsmaatregel blijft van kracht.