ECLI:NL:RBDHA:2022:15164
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieverzoek wegens ernstig vermoeden gevaar voor openbare orde
Eiser verzocht om naturalisatie tot Nederlander, maar dit verzoek werd op 30 juni 2021 afgewezen door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vanwege een strafrechtelijke veroordeling tot 40 uur taakstraf, subsidiair 20 dagen hechtenis. Het bezwaar van eiser tegen deze afwijzing werd eveneens ongegrond verklaard op 19 oktober 2021.
Eiser stelde dat ten tijde van het primaire besluit nog geen veroordeling was uitgesproken, waardoor het besluit in strijd zou zijn met het recht op onschuldpresumptie (artikel 6 EVRM Pro). De rechtbank oordeelde echter dat bij de beslissing op bezwaar een volledige heroverweging plaatsvindt en dat de veroordeling inmiddels onherroepelijk is, wat een ernstig vermoeden van gevaar voor de openbare orde oplevert volgens artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) en de daarbij behorende Handleiding.
De rechtbank overwoog verder dat de omstandigheden van eiser niet zodanig bijzonder zijn dat van het beleid afgeweken kan worden. Ook verzachtende omstandigheden en persoonlijke wensen, zoals het bezoeken van familie in het buitenland, leiden niet tot een andere beoordeling. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor terugbetaling van griffierecht of vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het naturalisatieverzoek wordt ongegrond verklaard vanwege een ernstig vermoeden van gevaar voor de openbare orde.