Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Pakistaanse nationaliteit, is op 22 juli 2022 in bewaring gesteld op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft de maatregel reeds eerder getoetst en geoordeeld dat deze tot het sluiten van het onderzoek rechtmatig was.
Tijdens de zitting op 19 september 2022 hebben partijen hun standpunten toegelicht. Eiser stelde dat hij geen schriftelijke beslissing ontving over een nieuwe maatregel van bewaring en dat verweerder onvoldoende voortvarend handelde in de uitzetting, mede vanwege de situatie in Pakistan. De rechtbank oordeelde dat voor bewaring op grond van artikel 59b geen zicht op uitzetting vereist is en dat verweerder alleen gebonden is aan de wettelijke termijnen voor behandeling van verblijfsaanvragen.
Eiser voerde ook aan dat een lichter middel had moeten worden toegepast vanwege zijn persoonlijke en medische omstandigheden en dat het Detentiecentrum Rotterdam niet als speciale inrichting kan worden aangemerkt. De rechtbank verwees naar recente jurisprudentie die het Detentiecentrum wel als zodanig kwalificeert en bevestigde dat een lichter middel niet noodzakelijk is.
Gelet op deze overwegingen verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.