ECLI:NL:RVS:2022:2103
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling in detentiecentrum Rotterdam als speciale inrichting
Bij besluit van 9 mei 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld in het detentiecentrum Rotterdam. De vreemdeling stelde beroep in tegen deze bewaring, maar de rechtbank verklaarde dit beroep op 3 juni 2022 ongegrond en wees tevens het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State. Deze oordeelde dat het detentiecentrum Rotterdam terecht als een speciale inrichting voor bewaring wordt aangemerkt conform artikel 16, eerste lid, van de Terugkeerrichtlijn. De Raad van State verwees daarbij naar relevante arresten van het Hof van Justitie en eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak.
Gezien de duidelijke rechtspraak en het ontbreken van nieuwe vragen die de rechtseenheid of rechtsontwikkeling zouden bevorderen, wees de Raad van State het hoger beroep af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de bewaring bevestigd.