ECLI:NL:RBDHA:2022:15393

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 december 2022
Publicatiedatum
17 februari 2023
Zaaknummer
NL22.21942
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 18 DublinverordeningArt. 30 Vreemdelingenwet 2000Art. 3 EVRMArt. 13 EVRMArt. 47 Handvest
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-overdracht aan Tsjechië

Eiseres, een Chinese nationaliteit houdende lid van de Almachtige God Kerk, diende op 16 mei 2022 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Tsjechië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Tsjechië stemde in met de terugname van eiseres.

Eiseres voerde aan dat zij bij overdracht aan Tsjechië een reëel risico loopt op indirect refoulement vanwege een fundamenteel ander beschermingsbeleid in Tsjechië ten aanzien van leden van haar kerk, wat in Nederland wel wordt erkend. De rechtbank oordeelde dat eiseres niet voldoende concrete en onderbouwde informatie heeft verstrekt waaruit blijkt dat het Tsjechische beleid evident en fundamenteel verschilt van het Nederlandse beleid, noch dat zij in Tsjechië geen effectieve rechtsbescherming tegen refoulement zal krijgen.

De rechtbank bevestigde het interstatelijk vertrouwensbeginsel, waardoor de Nederlandse autoriteiten mogen aannemen dat Tsjechië haar internationale verplichtingen naleeft. Omdat eiseres niet aan haar bewijslast voldeed, werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.21942

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], eiseres

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. E.J.L. van de Glind),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris

(gemachtigde: mr. N. Hamzaoui).

Procesverloop

Bij besluit van 27 oktober 2022 (hierna: het bestreden besluit) heeft de staatssecretaris de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Tsjechië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen (NL22.21943).
De rechtbank heeft het beroep, samen met de voorlopige voorziening, op 1 december 2022 op zitting behandeld. De gemachtigde van eiseres is verschenen. De staatssecretaris heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

De beoordeling door de rechtbank

1. Eiseres is geboren op [geboortedatum] en heeft de Chinese nationaliteit en heeft op 16 mei 2022 de voorliggende asielaanvraag ingediend.
2. Uit Eurodac blijkt dat eiseres op 11 februari 2016 in Tsjechië een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend. Volgens eiseres is dit verzoek om internationale bescherming afgewezen door de Tsjechische autoriteiten.
3. De Nederlandse autoriteiten hebben de Tsjechische autoriteiten op 16 mei 2022 verzocht om terugname van eiseres op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder d, van de Dublinverordening. [1] Op 17 juni 2022 zijn de autoriteiten van Tsjechië
hiermee akkoord gegaan.
4. De staatssecretaris heeft in het bestreden besluit de aanvraag van eiseres om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen en bepaald dat eiseres wordt overgedragen aan Tsjechië. [2] De staatssecretaris heeft daaraan ten grondslag gelegd dat is vastgesteld dat Tsjechië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Op grond van het ‘interstatelijk vertrouwensbeginsel’ mag de staatssecretaris ervan uitgegaan dat Tsjechië de verplichtingen die volgen uit het Vluchtelingenverdrag en artikel 3 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) naleeft. Dit houdt onder andere in dat de staatssecretaris er vanuit mag gaan dat eiseres niet in strijd met deze verplichtingen wordt teruggestuurd naar haar land van herkomst. Eiseres heeft niet onderbouwd of met stukken aannemelijk gemaakt dat Tsjechië in strijd met deze verplichtingen zou handelen.
5. Eiseres kan zich hier niet mee verenigen. Ze betoogt dat de staatssecretaris haar niet mag overdragen aan Tsjechië, omdat dit in strijd is met het indirecte refoulement verbod. Eiseres is lid van de Almachtige God Kerk. Het beleid van de Tsjechische autoriteiten erkent niet dat het enkele lidmaatschap zal leiden tot vervolging in China bij een (gedwongen) terugkeer naar China. Het beleid in Nederland erkent dit wel. Er is namelijk sprake van groepsvervolging. Het is aan de staatssecretaris (als sterke procespartij) om het Tsjechische beleid hierover op te vragen. Nu bovendien alle rechtsmiddelen waren uitgeput in Tsjechië kan niet worden verwacht dat eiseres opnieuw haar bezwaren kenbaar zou maken. Eiseres verwijst naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1864.
6. De rechtbank beoordeelt hierna of de staatssecretaris terecht concludeert dat niet aannemelijk is gemaakt dat eiseres bij overdracht aan Tsjechië indirect een reëel risico loopt op refoulement vanwege een ander beschermingsbeleid dat daar geldt voor vreemdelingen uit China die lid zijn van de Almachtige God Kerk.
Is aannemelijk geworden dat sprake is van een risico op indirect refoulement?
7. De rechtbank overweegt dat de bewijslast om een reëel risico op indirect refoulement aannemelijk te maken bij eiseres ligt. Dat volgt uit vaste rechtspraak van de Afdeling. [3] Om aan deze bewijslast te voldoen moet eiseres in de eerste plaats algemene informatie overleggen waaruit voldoende concrete aanknopingspunten volgen dat het beschermingsbeleid in Tsjechië evident en fundamenteel verschilt van het beleid dat door de Nederlandse autoriteiten wordt gevoerd. Dat evidente en fundamentele verschil moet erin gelegen zijn dat op voorhand duidelijk is - dus zonder een inhoudelijke beoordeling van de asielaanvraag - dat eiseres in Tsjechië op grond van het algemene beschermingsbeleid geen internationale bescherming krijgt, terwijl zij dat in Nederland in beginsel wel krijgt. [4]
8. Daarnaast moet eiseres concrete aanknopingspunten naar voren brengen die erop wijzen dat niet alleen het bestuursorgaan maar ook de rechter in de verantwoordelijke lidstaat haar niet zal beschermen tegen refoulement. [5] Het bestuursorgaan en de rechterlijke instantie in Nederland mogen er immers in beginsel op vertrouwen dat in Tsjechië het recht op een daadwerkelijk en doeltreffend rechtsmiddel gewaarborgd is. [6] Wanneer eiseres aan die bewijslast heeft voldaan is het aan de staatssecretaris om alle twijfel over een mogelijk risico bij overdracht weg te nemen.
9. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de staatssecretaris zich terecht op het standpunt gesteld dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij door een verschil in beschermingsbeleid een reëel risico loopt op indirect refoulement bij een overdracht aan Tsjechië. Eiseres heeft geen stukken overgelegd van een eerder gevoerde asielprocedure en/of de motivering van een afwijzing van een asielaanvraag in Tsjechië. Eiseres heeft daarnaast geen gegevens verschaft of stukken overgelegd waaruit zonder inhoudelijke beoordeling van de asielaanvraag volgt dat Tsjechië een fundamenteel ander beschermingsbeleid dan Nederland voert voor Chinezen die (zoals eiseres) de Almachtige God Kerk aanhangen. Anders dan eiseres stelt, rust deze bewijslast (zoals ook overwogen onder punt 7 bij haar. Dat de staatssecretaris, zoals eiseres stelt, een sterke procespartij is en meer en beter in staat zou zijn om het beleid op te vragen bij de Tsjechische autoriteiten maakt dit niet anders. De enkele verwijzing van eiseres naar het gestelde restrictieve beschermingsbeleid in Tsjechië leidt niet tot de conclusie dat sprake is van een tekortkoming in de asielprocedure aldaar. Dit betekent dat de rechtbank niet toekomt aan de vraag of eiseres concrete aanknopingspunten naar voren heeft gebracht waaruit blijkt dat zij in Tsjechië geen rechtsbescherming tegen refoulement zal krijgen.
10. Eiseres heeft gelet op het voorgaande niet aan de bewijslast voldaan. De staatssecretaris heeft zich in het bestreden besluit terecht op het standpunt gesteld dat hij, gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel, ervan kan uitgaan dat Tsjechië de internationale verplichtingen nakomt.
11. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.J. Vogels, rechter, in aanwezigheid van R.A.H. Viester, griffier.
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 06 december 2022

Voetnoten

1.Verordening (EU) nr. 604/2013.
2.Dit besluit is gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000).
3.Zie de uitspraak van de Afdeling van 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1864 en 1863.
4.Zie de uitspraak van de Afdeling van 5 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2576.
5.Zie de uitspraak van de Afdeling van 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1864.
6.Dit volgt uit artikel 13 van Pro het EVRM en artikel 47 van Pro het Handvest.