Eiser diende op 15 maart 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder moest binnen zes maanden beslissen, maar stelde niet tijdig een besluit op. Eiser stelde verweerder op 16 september 2022 schriftelijk in gebreke en stelde daarna beroep in tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank verklaarde het beroep ontvankelijk en gegrond, omdat verweerder niet binnen de wettelijke termijn had beslist. De rechtbank legde een beslistermijn van zestien weken op, waarbij verweerder binnen acht weken na verzending van het vonnis een eerste gehoor moet afnemen en binnen acht weken daarna het besluit moet nemen.
De rechtbank wees de bestuurlijke dwangsom af vanwege de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND, maar legde op grond van een andere wettelijke grondslag een dwangsom van €100 per dag op met een maximum van €7.500 voor het niet naleven van de beslistermijn. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser van €379,50 vanwege de inschakeling van professionele juridische hulp.