ECLI:NL:RBDHA:2022:15506
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen overdracht naar Slovenië in Dublinprocedure ondanks psychische kwetsbaarheid en mensenhandelclaim
Eiser, een Sierra Leoonse asielzoeker, diende een asielaanvraag in Nederland in, maar deze werd niet in behandeling genomen omdat Slovenië verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Eiser stelde dat hij slachtoffer is van mensenhandel en dat hem ten onrechte geen bedenktijd werd gegeven, en dat hij vanwege zijn psychische kwetsbaarheid en taalbarrières in Slovenië onvoldoende medische zorg zou ontvangen.
De rechtbank oordeelde dat het niet verlenen van bedenktijd en de mogelijkheid tot aangifte mensenhandel het bestreden overdrachtsbesluit niet onrechtmatig maakt, verwijzend naar relevante jurisprudentie van het Hof van Justitie en de Afdeling bestuursrechtspraak. Daarnaast mocht verweerder uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel dat Slovenië zijn internationale verplichtingen nakomt.
De rechtbank vond onvoldoende concrete aanwijzingen dat eiser in Slovenië een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro. Ook de stellingen over het ontbreken van een tolk in de Krio-taal en de medische zorg werden niet aannemelijk geacht. De claim van onevenredige hardheid werd eveneens verworpen, mede omdat niet is gebleken dat Nederland het meest geschikte land is voor medische behandeling. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot overdracht aan Slovenië wordt ongegrond verklaard.