Eisers hebben een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op 7 januari 2022. Verweerder, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, heeft niet binnen de wettelijke termijn van zes maanden een besluit genomen. Eisers stelden verweerder op 21 augustus 2022 in gebreke, waarna zij beroep instelden tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en gegrond. Gezien de omstandigheden en de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) wordt het 8+8-wekenmodel toegepast: verweerder moet binnen acht weken na verzending van de uitspraak een eerste gehoor afnemen en binnen acht weken daarna een besluit nemen.
De rechtbank wijst een dwangsom toe van €100 per dag met een maximum van €7.500 voor elke dag dat verweerder de beslistermijn overschrijdt. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eisers, vastgesteld op €379,50. De uitspraak is gedaan door rechter M.C. Verra en griffier J.M.T. Zoon op 15 december 2022.