Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid omdat deze niet binnen de door de rechtbank eerder gestelde termijn van 16 weken een besluit had genomen op haar asielaanvraag.
De rechtbank constateert dat verweerder niet tijdig heeft beslist en verklaart het beroep ontvankelijk en gegrond. Vanwege de complexiteit en het belang van zorgvuldige besluitvorming legt de rechtbank een langere beslistermijn van acht weken op, rekening houdend met het recht van eiseres om haar zienswijze op een voornemen te geven.
De rechtbank wijst erop dat op grond van de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND geen bestuurlijke dwangsom verschuldigd is, maar volgt een recente uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak die dit anders beoordeelt. Daarom legt de rechtbank een dwangsom van €200 per dag op voor elke dag dat verweerder de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van €15.000.
Daarnaast krijgt eiseres een proceskostenvergoeding van €379,50 toegekend vanwege de inschakeling van professionele juridische hulp en het beperkte onderwerp van het geschil. De uitspraak is gedaan door rechter E.E.M. van Abbe op 22 december 2022.