Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op haar asielaanvraag, nadat de rechtbank in een eerdere uitspraak had bepaald dat binnen acht weken opnieuw een besluit moest worden genomen.
De rechtbank constateert dat de Staatssecretaris niet binnen deze termijn heeft beslist en dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voorafgaand aan een nieuw beroep geen ingebrekestelling vereist is. De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en gegrond en legt een nieuwe beslistermijn van zes weken op, rekening houdend met het belang van zorgvuldige besluitvorming en mogelijke hoorzittingen.
Hoewel de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND bepaalt dat dwangsommen niet van toepassing zijn op asielaanvragen voor bepaalde tijd, oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) dat de relevante artikelen van de Awb wel van toepassing blijven. Daarom legt de rechtbank een dwangsom van € 200 per dag op met een maximum van € 15.000 voor elke dag overschrijding van de beslistermijn.
Daarnaast krijgt eiseres een proceskostenvergoeding van € 379,50 toegekend, omdat zij een professionele gemachtigde heeft ingeschakeld en de procedure alleen betrekking heeft op de overschrijding van de beslistermijn.
De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt de Staatssecretaris op binnen zes weken alsnog een besluit te nemen, onder dreiging van de opgelegde dwangsom.