Eiseressen hebben een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op 19 februari 2022. Verweerder heeft niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van zes maanden een besluit genomen. Na een ingebrekestelling op 7 oktober 2022, die na de beslistermijn werd ontvangen, hebben eiseressen beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank heeft het beroep ontvankelijk verklaard en gegrond bevonden. De rechtbank legt een termijn van zestien weken op waarbinnen verweerder eerst een eerste gehoor moet afnemen binnen acht weken na verzending van de uitspraak en vervolgens binnen acht weken daarna een besluit moet nemen. Bij overschrijding van deze termijn is verweerder een dwangsom van € 100,- per dag verschuldigd, met een maximum van € 7.500,-.
De rechtbank oordeelt dat verweerder geen bestuurlijke dwangsom is verschuldigd over de periode vóór deze uitspraak vanwege de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND, maar dat na deze uitspraak wel een dwangsom kan worden opgelegd. Daarnaast krijgt eiseressen een proceskostenvergoeding van € 379,50 toegekend vanwege de overschrijding van de beslistermijn en het inschakelen van professionele juridische hulp.
De uitspraak is gedaan door rechter E.E.M. van Abbe en griffier J.M.T. Zoon en is uitgesproken op 20 december 2022. Eiseressen kunnen binnen vier weken na verzending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.