ECLI:NL:RBDHA:2022:16016
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugkeerbesluit en inreisverbod na uitzetting wegens onvoldoende bestaansmiddelen
Eiser is in november 2021 uitgezet naar Nigeria en tegen het terugkeerbesluit en het opgelegde inreisverbod van twee jaar heeft hij beroep ingesteld. De rechtbank oordeelt dat eiser ondanks zijn uitzetting wel procesbelang heeft bij de beoordeling van het terugkeerbesluit, mede vanwege mogelijke toekomstige gevolgen voor een inreisverbod.
De rechtbank stelt vast dat het verblijf van eiser in de vrije termijn volgens artikel 6, eerste lid, onder e, van de Schengengrenscode is geëindigd, omdat eiser niet beschikte over voldoende middelen van bestaan. Eiser heeft tijdens de hoorzittingen onvoldoende concrete informatie gegeven over zijn familie- en gezinsleven in Europa, zoals de legale status en verblijfplaats van zijn vriendin en dochter in Duitsland. Hierdoor kon de hoormedewerker geen verdere vragen stellen.
Verder acht de rechtbank het onttrekkingsrisico en de motivering daarvan voldoende onderbouwd. De stelling van eiser dat hij getrouwd zou zijn met een Italiaanse vrouw en een gezinsleven in Italië heeft, kan niet worden betrokken bij het besluit omdat dit pas in beroep is aangevoerd. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en inreisverbod wordt ongegrond verklaard.