Eiser, geboren in Liberia en sinds 1998 in Nederland, diende een asielaanvraag in op grond van zijn biseksuele geaardheid. Verweerder wees deze af vanwege een inreisverbod en een oordeel dat eiser een actueel gevaar vormt voor de samenleving vanwege eerdere veroordelingen, waaronder poging tot doodslag en geweldsdelicten.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende een actualiteitstoets heeft uitgevoerd zoals vereist door artikel 14, vierde lid, van de Kwalificatierichtlijn en het arrest Ahmed van het Hof van Justitie van de EU. Verweerder had alle omstandigheden, waaronder positieve gedragsveranderingen en verklaringen van eisers omgeving, moeten betrekken in zijn beoordeling.
Daarnaast werd het beroep op het privé- en gezinsleven van eiser niet voldoende meegewogen. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en beval verweerder een nieuw besluit te nemen waarbij het uitgangspunt is dat eiser duurzaam niet kan worden uitgezet naar Liberia vanwege zijn seksuele geaardheid.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van eiser. De uitspraak benadrukt het belang van een volledige en actuele beoordeling van het gevaar voor de samenleving in asielprocedures.