ECLI:NL:RVS:2025:2371
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens motiveringsgebrek
Bij besluit van 28 september 2021 wees de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Betrokkene stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die bij uitspraak van 15 september 2022 het besluit vernietigde wegens een zorgvuldigheids- of motiveringsgebrek en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
Zowel de staatssecretaris als betrokkene stelden hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep van de minister geen aanleiding gaf tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, omdat het motiveringsgebrek eenvoudig te herstellen is en het hogerberoepschrift geen relevante rechtsvragen bevatte.
Ook het hoger beroep van betrokkene werd ongegrond verklaard, aangezien de rechtsvraag reeds eerder door de Afdeling was beantwoord en het hoger beroep geen nieuwe gronden bood om anders te oordelen.
De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene ter hoogte van € 1.360,50, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de vernietiging van de afwijzing van de verblijfsvergunning en verklaart de hoger beroepen ongegrond.