ECLI:NL:RBDHA:2022:1744

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 maart 2022
Publicatiedatum
7 maart 2022
Zaaknummer
NL22.1627
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
artikel 17 DublinverordeningVerordening (EU) 604/2013
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen niet-inhoudelijke behandeling asielaanvraag wegens Dublin-verordening Italië

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank heeft het beroep samen met een vergelijkbare zaak behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet zijn verschenen.

De rechtbank overweegt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië geldt en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat dit in zijn geval niet opgaat. Zijn persoonlijke verhaal biedt geen concrete aanwijzingen dat de asielprocedure in Italië niet aan de eisen voldoet. Ook is niet vastgesteld dat eiser een bijzonder kwetsbare persoon is die individuele garanties vereist.

Daarnaast is de medische situatie van eiser in Nederland niet zodanig bijzonder dat toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening vereist is. Italië biedt vergelijkbare medische voorzieningen die ook toegankelijk zijn voor Dublinclaimanten. De rechtbank volgt daarom de staatssecretaris dat overdracht aan Italië niet onevenredig hard zou zijn.

Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter K.M. de Jager op 23 februari 2022.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet te behandelen is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.1627
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. H.C. van Asperen),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. H. Remerie).

Procesverloop

Bij besluit van 1 februari 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen, omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep, samen met de zaak NL22.1628, op 23 februari 2022 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak op zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Volgens vaste rechtspraak [1] mag ten aanzien van Italië in beginsel worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Ook uit recente rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State [2] volgt dat verweerder ten aanzien van Italië nog steeds mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.
2. Het is dan aan eiser om aannemelijk te maken dat in zijn geval niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag worden uitgegaan. Eiser is hier niet in geslaagd. Het persoonlijk relaas van eiser biedt geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de asielprocedure in Italië niet aan de daaraan te stellen eisen voldoet. De enkele stelling dat dat zo is, zonder deze stelling te onderbouwen met stukken die eiser persoonlijk betreffen, is daarvoor onvoldoende.
3. Verweerder heeft zich daarom met een beroep op het interstatelijk vertrouwensbeginsel op het standpunt mogen stellen dat ervan kan worden uitgegaan dat Italië de internationale verplichtingen nakomt.
4. Verder volgt uit de stukken niet dat eiser moet worden aangemerkt als bijzonder kwetsbaar persoon [3] . In Italië zijn medische voorzieningen aanwezig die vergelijkbaar zijn met die in andere lidstaten en deze voorzieningen zijn ook toegankelijk voor Dublinclaimanten. Verweerder heeft ten aanzien van eiser dan ook geen individuele garanties hoeven vragen aan de Italiaanse autoriteiten.
5. Tot slot heeft verweerder geen toepassing hoeven geven aan artikel 17 van Pro de Dublinverordening [4] . De omstandigheid dat eiser hier in Nederland een medische behandeling ondergaat is niet zo bijzonder en individueel dat verweerder een uitzondering moet maken en de asielaanvraag aan zich had moeten trekken. Eiser heeft namelijk in Italië ook toegang tot de gezondheidszorg. De rechtbank volgt verweerder dan ook dat deze omstandigheid niet zodanig is dat overdracht van eiser aan Italië van een onevenredige hardheid zou getuigen.
6. Het beroep is ongegrond.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 23 februari 2022 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. M. van Andel, griffier
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Voetnoten

2.Zie bijvoorbeeld ELI:NL:RVS:2022:38 en ECLI:NL:RVS:2022:881.
3.Als bedoeld in het arrest Tarakhel tegen Zwitserland, ECLI:CE:ECHR:2014:1104JUD002921712.
4.Verordening (EU) 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013.