ECLI:NL:RBDHA:2022:2120
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing kostendelersnorm bij onderhuur zonder commerciële huurprijs
Eiser ontvangt een bijstandsuitkering en verhuurt sinds 5 januari 2020 een kamer aan de vriend van zijn inwonende dochter. Verweerder paste de kostendelersnorm toe en verlaagde de uitkering, omdat de huurprijs van €175,- niet als commercieel werd beschouwd. Eiser betoogde dat de huurprijs wel commercieel was, gebaseerd op een berekening van de totale woonlasten gedeeld door het aantal kamers.
De rechtbank overweegt dat volgens artikel 19a van de Participatiewet een commerciële huurprijs vereist is om de kostendelersnorm niet toe te passen. Verweerder heeft voldoende onderbouwd dat de betaalde huurprijs slechts 23,3% van de totale woonlasten dekt, terwijl de huurder ook gebruik maakt van gemeenschappelijke voorzieningen. Dit is onvoldoende voor een commerciële relatie.
Eisers beroep op de hardheidsclausule en het rechtszekerheidsbeginsel wordt verworpen. De rechtbank stelt dat eiser tijdig informatie had moeten verstrekken en dat de kostendelersnorm terecht met terugwerkende kracht is toegepast. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de toepassing van de kostendelersnorm vanaf 5 januari 2020.