ECLI:NL:CRVB:2017:3119
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toepassing kostendelersnorm bij niet-commerciële onderhuur in bijstandsuitkering
Appellante ontvangt bijstand en huurt een kamer van een medebewoner, S, met wie zij de woning deelt. Het college heeft de bijstand verlaagd op grond van de kostendelersnorm, omdat S als kosten delende medebewoner wordt aangemerkt. Appellante betwist dit en stelt dat sprake is van een commerciële huurprijs, waardoor de kostendelersnorm niet van toepassing zou zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en ging uit van een huurprijs van € 250,- per maand. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en overweegt dat appellante onvoldoende bewijs heeft geleverd dat zij een hogere huurprijs betaalde of dat de huurprijs marktconform en commercieel is. De door het college gehanteerde berekeningsmethode voor de commerciële huurprijs is niet onredelijk, maar de huurprijscheck van de Huurcommissie is slechts een indicatie en geen uitputtende maatstaf.
De Raad concludeert dat de huurprijs van appellante niet in verhouding staat tot de geleverde diensten en dat er geen sprake is van een zakelijke relatie die de toepassing van de kostendelersnorm uitsluit. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de kostendelersnorm terecht is toegepast en het beroep van appellante wordt afgewezen.