ECLI:NL:RBDHA:2022:2345
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen intrekking verblijfsvergunning en weigering nieuw verblijf op grond van Turks associatierecht
Eiser, een Turkse onderdaan met een langdurige verblijfsvergunning in Nederland, kreeg zijn verblijfsvergunning met terugwerkende kracht ingetrokken vanaf 31 oktober 2014 vanwege verplaatsing van zijn hoofdverblijf buiten Nederland. Hiertegen stelde hij beroep in nadat een aanvraag voor wedertoelating en een daaropvolgende aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder niet-tijdelijke humanitaire gronden waren afgewezen.
De rechtbank overwoog dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij onder het toepassingsbereik van Besluit 1/80 van de Associatieraad viel, ondanks dat een voornemen tot arbeid in loondienst voldoende kan zijn. Het enkele aanvinken van dit verblijfsdoel op het aanvraagformulier was onvoldoende concreet. Ook het paspoort bood geen bewijs dat hij zijn hoofdverblijf sinds 2014 in Nederland had.
Verder stelde eiser dat verweerder ambtshalve de standstill-bepaling moest toetsen, maar de rechtbank oordeelde dat verweerder eerst moest vaststellen dat eiser onder het toepassingsbereik viel, wat niet was aangetoond. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de intrekking van de verblijfsvergunning en weigering van de aanvraag bleven in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de intrekking van zijn verblijfsvergunning en de weigering van een nieuwe aanvraag wordt ongegrond verklaard.