ECLI:NL:RBSGR:2006:AV9074
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting bij herhaalde aanvraag verblijfsvergunning onder Turks Associatieverdrag
Verzoeker, een Turkse onderdaan die sinds 2000 in Nederland verblijft, diende in 2004 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning onder de beperking 'arbeid in loondienst'. Deze aanvraag werd afgewezen en het bezwaar daarop niet-ontvankelijk verklaard. In 2005 diende verzoeker een tweede aanvraag in onder de beperking 'arbeid in loondienst op grond van het Turks Associatieverdrag'. Verweerder kwalificeerde deze tweede aanvraag als een herhaalde aanvraag en wees deze af zonder inhoudelijke toetsing, verwijzend naar de eerdere afwijzing.
Verzoeker betoogde dat de tweede aanvraag een ander doel en rechtsgrondslag had en dat verweerder niet zonder meer kon afwijzen met verwijzing naar het eerdere besluit, mede gelet op uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die stellen dat het eerdere besluit geen constitutieve werking heeft ten aanzien van verblijfsrechten op grond van Besluit 1/80. De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake was van een herhaalde aanvraag zonder nieuwe feiten of veranderde omstandigheden (nova), zodat toepassing van artikel 4:6 Awb Pro terecht was. Echter, de afwijzing met alleen verwijzing naar het eerdere besluit was niet kennelijk rechtmatig.
De voorzieningenrechter maakte een belangenafweging en besloot het verzoek tot voorlopige voorziening toe te wijzen, waardoor verzoeker niet uitgezet zal worden zolang het bezwaar loopt. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening tegen uitzetting wordt toegewezen en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.