Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek op de zitting
2.De tenlastelegging
primair), dan wel dat zij hier medeplichtig aan is geweest (
subsidiair);
3.Bewijsoverwegingen
4.De bewezenverklaring
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De straf
Door het innemen van een dergelijke proceshouding ten aanzien van de bewezenverklaarde feiten (die dus kennelijk verband houden met hetgeen de verdachte eerder is overkomen) heeft zij haar geloofwaardigheid en daarmee zichzelf, tekort gedaan, hetgeen de rechtbank betreurt. Evenmin heeft zij inzicht getoond in het kwalijke van haar handelen, hetgeen de rechtbank zorgelijk acht.
HR 8 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1957) het meewerken aan behandeling niet als bijzondere voorwaarde opleggen nu tot op heden niet duidelijk is bij welke behandeling de verdachte gebaat is en waar die behandeling zou moeten plaatsvinden. De rechtbank acht de huidige situatie van de verdachte, zoals gezegd echter zeer zorgelijk. De verdachte is somber gestemd en passief, zij verblijft op dit moment weer bij de moeder thuis zonder enige vorm van ambulante hulpverlening en haar schoolgang lijkt te stagneren. Het is dan ook van groot belang dat er zo snel mogelijk diagnostiek plaatsvindt zodat duidelijk wordt welke behandeling passend is en er zicht komt op wat de verdachte nodig heeft om tot persoonlijke ontwikkeling te kunnen komen. Met het opleggen van de jeugdreclasseringsmaatregel zal er naast de jeugdbeschermer hopelijk een jeugdreclasseerder komen te staan die de huidige begeleiding kan versterken en de zoektocht naar passende hulp wellicht kan versnellen. De rechtbank acht uitbreiding van de begeleiding zeer aangewezen.
8.De vordering van de benadeelde partij
€ 172,00, te vermeerderen met de wettelijke rente. De vordering tot schadevergoeding bestaat uit immateriële schade, bestaande uit smartengeld.
wettelijke rente toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade met ingang van 25 september 2021 is ontstaan.
verplichting op aan de Staat te betalen.
€ 100,00, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 25 september 2021 tot aan de dag waarop deze vordering is betaald, aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer genaamd
gijzelingop
9.De toepasselijke wetsartikelen
10. De beslissing
voor de duur van 80 UREN;
40 DAGEN;
niet zal worden tenuitvoergelegdals de veroordeelde zich tot het einde van de proeftijd, die wordt vastgesteld op
twee jaren, houdt aan de volgende voorwaarden:
[slachtoffer] ,geboren op [geboortedatum] 2004, zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
dadelijk uitvoerbaarzijn;
€ 100,00, bestaande uit immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, te rekenen vanaf 25 september 2021 tot de dag waarop de vordering is betaald;