ECLI:NL:RBDHA:2022:2660
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel met Italië
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Verweerder stuurde een overnameverzoek naar Italië, waarop niet tijdig werd gereageerd, waardoor een fictief claimakkoord tot stand kwam.
Eiser voerde aan dat Italië niet voldoet aan internationale verplichtingen inzake opvang en asielprocedure, en dat hij vanwege zijn medische situatie als bijzonder kwetsbaar moet worden aangemerkt, waardoor overdracht een onevenredige hardheid zou zijn. Hij stelde dat hij een reëel risico loopt op onmenselijke behandeling en indirect refoulement.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten opzichte van Italië blijft gelden, mede gelet op recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. De medische situatie van eiser rechtvaardigt geen uitzondering, omdat hij niet is aangetoond als bijzonder kwetsbaar in de zin van het arrest Tarakhel en Italië adequate medische voorzieningen biedt.
De rechtbank concludeert dat verweerder geen individuele garanties hoefde te vragen en dat de overdracht niet in strijd is met artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid van Italië wordt ongegrond verklaard.