ECLI:NL:RBDHA:2022:2734
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening terugvordering bijstand wegens lening voor dubbele huur onterecht
Eiseres ontving bijstand en werd geconfronteerd met een terugvordering van €1.435,55 wegens vermeende schending van haar inlichtingenplicht over inkomsten. Na bezwaar werd dit teruggevorderde bedrag verlaagd tot €620, waarvan €600 betrekking had op een bijschrijving in maart 2019 die verweerder als inkomen aanmerkte.
Eiseres stelde dat deze bijschrijving een lening betrof, aangegaan om dubbele huur te betalen in een periode zonder bijstand. Zij overlegde een leenovereenkomst en bankafschriften waaruit bleek dat zij de lening op 1 april 2020 had afgelost. Verweerder betwistte dit en stelde dat eiseres in maart 2019 wel bijstand ontving.
De rechtbank oordeelde dat eiseres aannemelijk heeft gemaakt dat zij de lening is aangegaan in een periode zonder inkomen en dat de lening diende ter voorziening in levensonderhoud. De terugvordering van €600 was daarom onterecht. Het primaire besluit werd herroepen en het bestreden besluit vernietigd. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot terugvordering van €600 omdat het een lening betrof in een periode zonder inkomen.