Uitspraak
19.4351 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontvangt sinds 2012 bijstand en werd onderzocht in het kader van een heronderzoek Participatiewet 2018. Hierbij werden bankafschriften opgevraagd waaruit bleek dat appellant diverse stortingen en bijschrijvingen had ontvangen, waaronder van een gokwebsite en derden. Appellant verklaarde een gokverslaving te hebben en dat hij geld leende van familie.
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam herzag de bijstand over de periode 1 februari 2017 tot en met 31 januari 2018 en vorderde €3.335,66 netto terug, later gebruteerd tot €5.171,84. Tevens legde het college een boete van €1.780,- op wegens schending van de inlichtingenplicht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat geleende bedragen niet als inkomen moeten worden aangemerkt en dat sommige stortingen giften waren. De Raad oordeelde dat stortingen en bijschrijvingen, ook als lening, als middelen gelden die gemeld moeten worden. De stelling dat bedragen giften waren, werd niet aannemelijk gemaakt. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde.
De Raad bevestigde dat het college terecht de bijstand heeft herzien en teruggevorderd en de boete heeft opgelegd. Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Rotterdam wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van bijstand en de opgelegde boete, en wijst het verzoek tot schadevergoeding af.