ECLI:NL:RBDHA:2022:2926
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag nareis wegens verbroken feitelijke gezinsband
Eisers, allen Iraanse nationaliteit, vorderden verblijf bij hun echtgenoot en vader, de referent. De aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis werd door verweerder afgewezen omdat niet aannemelijk was dat er nog een feitelijke gezinsband bestond op het moment van inreis.
De rechtbank stelde vast dat hoewel een huwelijksakte was overgelegd, verweerder terecht rekening hield met andere feiten, waaronder het feit dat de referent vier jaar voor vertrek uit Iran niet meer samenwoonde met eiseres en een langdurige relatie had met een andere vrouw. Deze relatie werd bevestigd in diverse procedures en verklaringen.
Het beroep op schending van artikel 8 EVRM Pro werd verworpen omdat geen beschermenswaardig gezinsleven was aangetoond. Ook werd geoordeeld dat verweerder terecht van hoorplicht kon afzien gezien de omstandigheden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de nareisaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een feitelijke gezinsband.