ECLI:NL:RBDHA:2022:2944
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand wegens niet gemelde inkomsten en bankbijschrijvingen
Eiseres ontving samen met haar partner bijstand op grond van de Participatiewet. Na een melding over werkzaamheden van de partner in september 2018 heeft het college onderzoek gedaan naar de rechtmatigheid van de bijstand. Dit leidde tot twee besluiten waarin het recht op bijstand werd herzien en terugvorderingen werden opgelegd wegens niet gemelde inkomsten en diverse bijschrijvingen op bankrekeningen.
Het college heeft de terugvorderingen in een bestreden besluit aangepast, waarbij sommige bijschrijvingen werden uitgesloten en de terugvorderingsperiodes werden beperkt. Eiseres stelde dat de bijschrijvingen leningen waren en dat een bijschrijving van haar oud-werkgever compensatie voor een belastingaanslag betrof.
De rechtbank oordeelt dat stortingen en bijschrijvingen op bankrekeningen van bijstandsontvangers in beginsel als inkomen moeten worden aangemerkt, ongeacht of het om leningen gaat. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij niet over deze middelen kon beschikken. De rechtbank bevestigt dat het college bevoegd was de bijstand te herzien en terug te vorderen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening en terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard.