ECLI:NL:RBDHA:2022:3334
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens strijd met Gezinsherenigingsrichtlijn en zorgvuldigheidsbeginsel
Eisers, kinderen van een referent met een tijdelijke verblijfsvergunning onder de beperking 'medische behandeling', vroegen machtigingen tot voorlopig verblijf aan. Verweerder wees deze af omdat de referent niet voldeed aan het middelenvereiste, mede omdat hij een bijstandsuitkering ontvangt en niet voldeed aan vrijstellingsgronden.
De rechtbank oordeelt dat het tegenwerpen van het middelenvereiste niet per definitie strijdig is met de Gezinsherenigingsrichtlijn, omdat referent na drie jaar een aanvraag kan doen voor een niet-tijdelijke vergunning. Wel heeft verweerder onvoldoende individuele omstandigheden onderzocht en onvoldoende de belangenafweging onder artikel 8 EVRM Pro gemaakt, onder meer door referent niet te horen over zijn zorgcapaciteit en door onjuiste toepassing van de werkinstructie bij wijziging van afwijzingsgrond.
De rechtbank verklaart de beroepen gegrond wegens strijd met de artikelen 3:2, 3:46 en 7:12 van de Awb, vernietigt de bestreden besluiten, en draagt verweerder op binnen tien weken nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzingsbesluiten en draagt verweerder op binnen tien weken nieuwe besluiten te nemen met zorgvuldige belangenafweging en hoorplicht.