Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
duizendvijfhonderdachttien euro).
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Eritrese nationaliteit, diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging. De aanvraag werd door verweerder afgewezen vanwege onvoldoende bewijs van identiteit en het ontbreken van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie tussen eiser en zijn moeder als referente.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom de identiteit van eiser niet geloofwaardig zou zijn, ondanks het DNA-onderzoek dat de familierechtelijke relatie bevestigde. Hierdoor was sprake van een motiveringsgebrek in het bestreden besluit.
Desondanks concludeerde de rechtbank dat eiser niet voldeed aan de voorwaarden van het jongvolwassenenbeleid en dat er geen sprake was van een gedwongen scheiding of meer dan gebruikelijke wederzijdse afhankelijkheid. Eiser had meerdere jaren zelfstandig in Soedan verbleven en was niet afhankelijk van de referente.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond vanwege het motiveringsgebrek, maar liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand omdat de materiële gronden voor afwijzing overeind bleven. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd wegens motiveringsgebrek, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.