ECLI:NL:RVS:2021:605
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- A.W.M. Bijloos
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering identiteit
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde op 12 augustus 2020 de asielaanvraag van de vreemdeling niet-ontvankelijk omdat hij de identiteit, nationaliteit en herkomst niet geloofwaardig achtte. De rechtbank Den Haag bevestigde dit oordeel in haar uitspraak van 11 november 2020. De vreemdeling stelde in hoger beroep dat hij met aanvullend DNA-onderzoek, schoolrapporten en authentieke documenten zijn identiteit aannemelijk had gemaakt.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het DNA-onderzoek alleen een familierechtelijke relatie aantoonde en dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom de identiteit van de vreemdeling niet geloofwaardig werd geacht, terwijl de identiteit van zijn zus wel was erkend. Hierdoor ontbrak een deugdelijke motivering in het besluit.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het besluit van 12 augustus 2020 en de uitspraak van de rechtbank, en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. Het beroep werd daarmee toegewezen.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot niet-ontvankelijkheid van de asielaanvraag is vernietigd wegens onvoldoende motivering over de identiteit van de vreemdeling.