Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 april 2022 in de zaak tussen
[eiseres] , v-nummer [nummer] , eiseres
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
family lifein de zin van artikel 8 van Pro het EVRM en handhaaft de afwijzing van de aanvraag.
family life, reeds omdat geen sprake zou zijn van ‘hechte persoonlijke banden’.
family lifebestaat van feitelijke aard en het antwoord daarop afhankelijk van het daadwerkelijk bestaan van hechte persoonlijke banden (
close personal ties). Verweerder mag volgens deze rechtspraak bijvoorbeeld in beginsel vereisen dat in gezinsverband is samengeleefd, maar in uitzonderlijke gevallen kunnen ook andere factoren een rol spelen. [2]
vervangendeouderrol, dat [de op-één-na oudste zus] na het vertrek van referente de rol als oudste zus overnam en dat gebruikelijk is dat referente zich, ook nu, als oudere zus nog verantwoordelijk voelt en haar jongere zusje advies geeft.
family lifeaan te nemen. De rechtbank voegt daaraan toe dat het feit dat deze aanvraag niet meteen in 2015, maar pas in 2019 is ingediend geen doorslaggevende omstandigheid vormt dat inmiddels geen hechte persoonlijke band meer bestaat tussen referente en eiseres. Referente heeft namelijk verklaard dat zij zelf nog jong was toen zij in Nederland aankwam en een verblijfsvergunning verkreeg en dat zij nog haar leven wilde opbouwen. Daar komt bij dat de dreigende uithuwelijking en de daaropvolgende vlucht van eiseres de noodzaak voor deze aanvraag schiep en de rechtbank komt die verklaring niet onaannemelijk over. Verweerder heeft daarom niet deugdelijk gemotiveerd dat geen
family lifein de zin van artikel 8 van Pro het EVRM bestaat tussen eiseres en referente.
family lifetussen referente en eiseres. In dat laatste geval moet verweerder ook een belangenafweging maken in het kader van artikel 8 van Pro het EVRM. Als verweerder deze in het voordeel van eiseres laat uitvallen, ligt voor de hand dat haar nader onderzoek wordt aangeboden, of dat haar de gevraagde mvv wordt verleend. De rechtbank draagt verweerder op binnen zestien weken een nieuw besluit op het bezwaar van eiseres te nemen. De rechtbank hanteert deze termijn, omdat niet is uitgesloten dat nader onderzoek nodig is voordat een nieuw besluit kan worden genomen.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op om binnen zestien weken opnieuw op het bezwaar van eiseres te beslissen;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van