ECLI:NL:RVS:2020:2298
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- D.A. Verburg
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende bewijs onaanvaardbare toekomst in land van herkomst
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees de aanvraag van een vreemdeling met de Surinaamse nationaliteit om een machtiging tot voorlopig verblijf af, omdat niet was aangetoond dat hij geen aanvaardbare toekomst had in Suriname. De vreemdeling wilde verblijf bij zijn tante en voogdes in Nederland, die de Nederlandse nationaliteit heeft.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, maar de staatssecretaris ging in hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris wel beoordelingsruimte heeft, maar zijn besluit onvoldoende had gemotiveerd. De stukken van de vreemdeling, waaronder voogdijverklaring en rapporten van kinderbescherming en Surinaams familierecht, waren onvoldoende meegewogen.
Verder oordeelde de Afdeling dat de staatssecretaris ten onrechte alleen de tante als referent had gehoord, terwijl ook de vreemdeling gehoord had moeten worden conform eerdere rechterlijke uitspraak. De Afdeling vernietigde het hoger beroep en het besluit van de staatssecretaris, en gelastte vergoeding van proceskosten en griffierecht aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuw besluit.