ECLI:NL:RBDHA:2022:424
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag militair invaliditeitspensioen wegens onvoldoende bewijs PTSS
Eiser, een militair die in 1981 naar Libanon is uitgezonden, vroeg in 2013 en opnieuw in 2017 een militair invaliditeitspensioen aan vanwege vermeende PTSS. Diverse medische rapportages, waaronder van prof. dr. Van den Bosch en drs. Van der Veer, concludeerden dat de diagnose PTSS niet overtuigend kon worden gesteld. Eiser blokkeerde aanvankelijk de kennisname van een rapport van Van der Veer, waardoor zijn aanvraag buiten behandeling werd gesteld.
Tijdens de bezwaarprocedure liet eiser een contra-expertise uitvoeren die wel PTSS vaststelde, maar deze werd door verzekeringsarts Koperberg en Van der Veer kritisch beoordeeld vanwege onvoldoende informatie en methodologische tekortkomingen. Uiteindelijk werd de aanvraag afgewezen omdat de diagnose PTSS niet kon worden vastgesteld.
Eiser voerde in beroep aan dat hij al jaren in behandeling was voor PTSS en dat de rapportage van Van der Veer vooringenomen was, maar de rechtbank vond geen aanleiding om aan de medische rapportages van Van der Veer te twijfelen. Ook de aanvullende rapportage van psychiater Buiten werd niet meegenomen omdat eiser de kennisname door Van der Veer blokkeerde.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende zorgvuldig had gehandeld en dat het aan eiser was om gemotiveerd twijfel te zaaien over de medische conclusies, wat niet was gelukt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het militair invaliditeitspensioen wordt ongegrond verklaard.