ECLI:NL:RBDHA:2022:4287
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit en inreisverbod wegens ontbreken vertrektermijn en onrechtmatige bewaring
Eiser, van Georgische nationaliteit, kreeg op 23 mei 2019 een terugkeerbesluit met een vertrektermijn van 28 dagen, maar zonder vermelding van het land van herkomst. Dit besluit was onvolledig en bood geen deugdelijke vertrekmogelijkheid. Op 22 april 2022 werd een aanvullend terugkeerbesluit genomen waarin Georgië als land van herkomst werd vermeld, maar zonder nieuwe vertrektermijn. Op diezelfde dag legde verweerder een inreisverbod op en stelde eiser in bewaring wegens het niet voldoen aan de vertrekplicht.
De rechtbank oordeelt dat het eerdere terugkeerbesluit onvoldoende was omdat het land van terugkeer ontbrak, en dat het aanvullende besluit zonder vertrektermijn eiser feitelijk en juridisch de mogelijkheid tot vertrek ontnam. Hierdoor kon eiser niet worden verweten dat hij niet aan de vertrekplicht voldeed. Verweerder had een nieuwe vertrektermijn moeten bieden, wat niet is gebeurd.
De maatregel van bewaring is daarom onrechtmatig en moet worden opgeheven. De rechtbank vernietigt alle bestreden besluiten, beveelt onmiddellijke vrijlating van eiser en kent een schadevergoeding toe voor de onrechtmatige bewaring. Tevens worden de proceskosten aan eiser toegekend.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de terugkeerbesluiten, het inreisverbod en de maatregel van bewaring en beveelt onmiddellijke vrijlating van eiser.