ECLI:NL:RVS:2023:2895
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- H.J.M. Baldinger
- J.J.W.P. van Gastel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake terugkeerbesluit, inreisverbod en bewaring vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 22 april 2022 een eerder terugkeerbesluit aangevuld, een inreisverbod uitgevaardigd en de vreemdeling in bewaring gesteld. De rechtbank had deze besluiten vernietigd en de bewaring opgeheven. De staatssecretaris stelde hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het oorspronkelijke terugkeerbesluit van 23 mei 2019 wel degelijk als grondslag kan dienen voor het inreisverbod en de bewaring, omdat uit de motivering blijkt dat de vreemdeling uit Georgië afkomstig is en daar naar terug zou keren. De aanvulling van 22 april 2022 is geen zelfstandig besluit waartegen beroep openstaat, waardoor de Afdeling zich onbevoegd verklaart dit te behandelen.
Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt inhoudelijk beoordeeld. De Afdeling stelt vast dat de gronden voor bewaring, waaronder het niet verlaten van de EU en het ontbreken van een vaste verblijfplaats en middelen van bestaan, feitelijk juist zijn. De vreemdeling kon geen adres in Nederland noemen en beschikte niet over geld. De staatssecretaris heeft voldoende gemotiveerd waarom een lichter middel dan bewaring niet passend was. Er is geen sprake van onvoldoende voortvarendheid bij de uitzetting.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank, verklaart zich onbevoegd ten aanzien van het beroep tegen de aanvulling, wijst de beroepen verder af en wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de beroepen tegen de bewaring en inreisverbod worden afgewezen.