ECLI:NL:RBDHA:2022:4647
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens buiten behandeling stellen aanvraag uitstel van vertrek wegens ontbreken benodigde medische informatie
Eiser, een Sierra Leoonse vreemdeling die sinds 2001 in Nederland verblijft, heeft meerdere keren een verblijfsvergunning aangevraagd die steeds zijn afgewezen. Op 20 september 2021 diende hij een aanvraag in voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet. Verweerder stelde deze aanvraag buiten behandeling omdat eiser niet binnen de gestelde termijn de gevraagde medische bewijsmiddelen aanleverde, ondanks herstelverzuimmogelijkheid.
Het Bureau Medische Advisering (BMA) gaf aan dat aanvullende informatie van de GGZ-instelling noodzakelijk was, maar eiser leverde deze niet aan. Eiser stelde dat hij geen verdere medische informatie kon overleggen omdat een intake bij de GGZ-instelling niet tot behandeling leidde en overhandigde ter onderbouwing e-mail en brieven. De rechtbank oordeelde dat het aan het BMA is te beoordelen welke informatie noodzakelijk is en dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet kon voldoen aan de informatieverzoeken binnen de hersteltermijn.
Verweerder handhaafde het besluit het bezwaar ongegrond te verklaren. De rechtbank wees het beroep af en kende eiser vrijstelling van griffierecht toe wegens betalingsonmacht. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt dat het niet tijdig aanleveren van noodzakelijke medische gegevens kan leiden tot buiten behandeling stelling van een aanvraag uitstel van vertrek.
Uitkomst: Het beroep tegen het buiten behandeling stellen van de aanvraag uitstel van vertrek is ongegrond verklaard.